Het Gentse Patershol? Een plek waar toeristen verdwalen, Brusselmans zijn bestsellers schreef en je voor de rest eigenlijk niet moet zijn, tenzij misschien voor Bistro Bastien? Het gele bordje van Gault&Millau met 12 op 20 aan de gevel stelt gerust: geen score om de hucklebuck van te dansen, wél eentje die zegt dat er hier serieus gekookt wordt.
We waren een half uurtje te vroeg en de zaak was beperkt bezet. Dat bleef de hele avond zo, uitzonderlijk volgens de sympathieke zaakvoerder. Geen ramp: het gezelschap van vriendin Soetkin volstond. Het interieur is klassiek Frans: witte tafellakens, een charmant oud pand en geen overdreven show.
In een ouder pand wonen meer dan mensen alleen. Er passeerden vliegjes en een spinnetje. Ze bestelden niets en hoorden niet bij het personeel, maar waren nooit veraf. De hygiëne zat niet in het gezelschap, het waren hoogstens pottenkijkers.
Delen of alles voor jezelf
De galante gastvrouw kwam, zag en overwon. We kregen drie documenten: een aperitief- en drankenkaart, het menu en maar liefst tien pagina’s wijn, zorgvuldig samengesteld door iemand met passie en kennis van zaken. Eén minpuntje: de wijnen per glas vonden we niet, dus waren we aangewezen op de beknopte suggesties van de bediening.
Sharing of à la carte? Beide kan. Als prille tortelduifjes kozen we voor delen.
Op de kaart staan onder meer een kroket, een garnaalkroket en brioche als voorgerecht. Als hoofdgerecht kan je kiezen uit roggevleugel, tarbot, vol au vent en koekoek. Daarnaast zijn er een zestal suggesties, waaronder een garnaalcocktail.
Wat we aten
- Zes oesters natuur: fris, vers en zilt, met wat citroen. Zoals het hoort.
- Huisgemaakte boudin: een stevige schijf met bloemkoolpartjes en een sausje op basis van pickles. Die gaf het gerecht een fris zuurtje. Comfortfood met de nodige verfijning.
- Bouchotmosselen in tomatensaus met piment d’espelette: zachte mosseltjes, maar de saus mocht wat ons betreft pittiger. Piment d’espelette is een milde Baskische peper die eerder warmte dan vuur brengt, dus een extra snuifje had zeker gekund. Het brood werd er gretig door gedept, met de nodige vlekken tot gevolg. Waar gehakt wordt, vallen spaanders.
Het koppel naast ons smulde ondertussen van een steak à poivre en langoustines. Geen gemurmel van spijt dus aan de buurtafel, wel schalkse blikken en voetje wrijf.
En de wijn?
Na de geuze en een Lilet Blanc passeerden een Sancerre, een Pinot Noir een Italiaanse druif waar de naam me nu al van ontsnapt de revue. Geen wijnen die ons eeuwen zullen bijblijven, wel meer dan correct. Er werd weinig uitleg bij gegeven, dus het blijft een beetje gissen wat we dronken.
De steak tartare als hoofdrolspeler
De topper van de avond. Gemaakt van charolais en plat uitgespreid, zoals het in Frankrijk hoort. Geen Instagramtoren waar je hoogtevrees van krijgt, maar een lichte, kruidige bereiding die tot de beste behoort die ik ooit at. Met verse frietjes, huisgemaakte mayo en een fris slaatje. Soms is simpel meer dan goed genoeg.
Als Antwerpenaar weet ik dat je de beste steak tartare bij Bart-a-Vin eet, maar deze moet er zeker niet veel voor onderdoen. Of is deze variant beter …
Een pijnvrije rekening
Voor drie sharinggerechten, zes oesters, aperitieven, drie glazen wijn per persoon en twee koffies betaalden we 195 euro. Voor twee personen in een charmante Franse bistro in het centrum van Gent is dat bijzonder correct. De eigenaar hield de prijzen bewust betaalbaar om vooral locals aan te trekken die keer op keer terugkomen. Een houding waar Soetkin en ik wel pap van lusten. Zijn woorden, niet de onze.
Het verdict
Bistro Bastien wil niet de meest fancy plek van Gent zijn. Geen influencers of zalfjes, wel correcte gerechten geïnspireerd op Franse klassiekers, een goede babbel en een meer dan correcte prijs-kwaliteitverhouding. Een adres om een paar keer per jaar naartoe te trekken, wanneer zelf koken je even te veel is.
Voor wie?
Voor wie houdt van klassieke Franse bistrokost, goede producten en een avond zonder culinaire theaterproductie of zien en gezien worden.






















