Dertig jaar na zijn internationale doorbraak blijft Helmut Lotti een zanger die zich niet laat vastpinnen op één genre. Dit jaar bracht hij eerst het rockalbum Heart Rock uit om enkele maanden later opnieuw de klassieke wereld in te duiken met een gloednieuwe Helmut Lotti Goes Classic 30 Years. Wat voor sommigen een verrassende wending lijkt, blijkt voor Lotti zelf vooral een logisch moment: een jubileum dat vraagt om een frisse, nieuwe plaat. Geen nostalgische herhalingsoefening. Het bewijs dat Lotti altijd een zanger gebleven is die met dezelfde gedrevenheid schakelt tussen rock, klassiek, latino en chanson.
Eerder dit jaar bracht je vorige album ‘Heart Rock’ uit. Nauwelijks enkele maanden later is er de switch naar de klassieke muziek. Hoe leg je dat uit?
We hebben twee jaar geleden al aangekondigd dat ik dertig jaar Helmut Lotti Goes Classic zou vieren. Dit zat dus al lange tijd in de pijplijn. Het is eigenlijk een logisch jubileum en mijn enige voorwaarde was dat er ook een nieuwe plaat zou komen, ik had geen zin om alleen maar oud werk te herkauwen. Daarom ben ik ongelooflijk blij dat er nu een nieuwe klassieke plaat bij is.
Wat herinner je jou van die eerste periode Helmut Lotti Goes Classic?
Dat gebeurde allemaal in een roes. De voorbereiding moest ontzettend snel gaan, want we waren met een ander project bezig. Ik wilde al langer met een groot orkest zingen, in 1994 zijn we daar dan ook mee begonnen: een plaat voorbereiden met een orkest vol oude hits van Elvis, Tom Jones, The Bee Gees, The Beatles, maar ook Bohemian Rhapsody en noem maar op. Zo’n album zou het worden. Op een dag zong ik het nummer Caruso in de versie van Luciano Pavarotti en het zingen van dat ene lied zorgde voor zoveel reactie bij het publiek dat mijn manager na dat concert zei: “Helmut, we gaan het idee veranderen. We gaan een klassieke plaat maken.” En dus moesten we ineens heel snel een volledig klassiek repertoire bij elkaar zoeken.
Dat moest ik dan ook in recordtempo leren. Ik heb zelfs een heleboel Engelse teksten bij Italiaanse klassiekers geschreven gewoon omdat ik ze anders niet van buiten geleerd kreeg. Zo hebben we in een rotvaart een klassieke plaat gemaakt en tot mijn grote verbazing werd dat een gigantische hit. We verkochten bijna elke week 40.000 exemplaren, 50.000 was toen al goed voor platina. Dat was dus bijna een platina plaat per week. Dat succes is eigenlijk blijven duren, want Classic II en Classic III verkochten even straf. Het was werkelijk ongelooflijk.
En dat voor iemand die nooit een klassieke zangopleiding heeft gevolgd, een pure autodidact. Was je extra trots dat het jou toch gelukt is?
Ik ben vooral blij dat ik het vocaal allemaal voor elkaar kreeg. Daar ben ik echt wel trots op: het zangwerk maar ook de arrangementen, de productie en de teksten. De verkoop, daar moet je gewoon dankbaar voor zijn. Er liggen zoveel platen in een winkel, als mensen dan net jouw plaat eruit pikken, mag je al blij zijn dat ze dat één keer doen. Het voelde alsof ik op wolkjes liep. Ik had intussen ook al wat watertjes doorzwommen, van Nederlandstalig tot rock. Dat klassieke repertoire heeft me technisch nog beter gemaakt als zanger. Doordat ik dat klassieke materiaal dag in dag uit live op het podium moest zingen, ben ik vocaal sterker geworden. Ik heb een paar trucs geleerd qua stemplaatsing en ademhaling.
Je publiek is toen ook wel heel erg verbreed. Je sprak toen echt wel alle lagen van de bevolking en alle generaties aan.
Dat was fantastisch. Er kwamen mensen van alle soorten en leeftijden naar die concerten: families, oma’s, maar ook kleinkinderen en jonge gezinnen. Je zag daar echt alle generaties samen. Vooral in die eerste jaren was dat heel bijzonder.
Je staat altijd erg goed voorbereid op de podia. Ben je een perfectionistisch iemand?
Ik heb graag dat tijdens de repetities alles heel grondig wordt voorbereid zodat er niets meer fout kan gaan wanneer je live op het podium staat. Ik heb dus liever één repetitie te veel dan eentje te weinig. Daarin verschil ik sterk van sommige andere artiesten, die vinden dat je de boel niet moet kapot repeteren.
Je maakte ook een nieuwe plaat, wat een voorwaarde van jou was om het jubileumalbum te maken. Hoe heb je deze keer de selectie uit al die klassieke stukken gemaakt?
We hadden er al zeventig opgenomen, dus veel bekend klassiek repertoire bleef er niet meer over. Daarom hebben we opnieuw de hulp ingeroepen van Mark Brillouet van Radio 2, die nog enkele sterke suggesties had. Ik heb zelf ook een aantal voorstellen gedaan en mijn manager Piet Roelen heeft eveneens een paar nummers gevonden. Daarnaast heb ik zelf drie nummers geschreven. Op een bepaald moment heb ik beslist om van twee liedjes die oorspronkelijk niet als duet bedoeld waren, toch duetten te maken. Dat zijn Lascia ch’io pianga en een Nocturne van Chopin, die nu Together Tonight heet, waarvoor ik de tekst heb geschreven. Together Tonight zing ik met Silvy De Bie, Lascia ch’io pianga samen met Marjolein Acke. Het was helemaal niet de bedoeling om daar duetten van te maken, maar op een bepaald moment dacht ik dat het toch een mooie toevoeging zou zijn.
Een opvallend nummer is ‘An der schönen blauen Donau’. Je hebt dat omgevormd tot een echt lied met een duidelijk refrein. Hoe moeilijk was het om van zo’n iconisch stuk een compacte zangversie te maken?
We hebben vier of acht maten uit de intro gehaald omdat die volgens mij best konden verdwijnen. Daarna begin ik te zingen en breng ik eigenlijk de eerste drie thema’s van het nummer, redelijk trouw zoals ze oorspronkelijk zijn. Maar dan gaat het stuk verder en komen er nog zeven of acht verschillende melodieën voorbij, eigenlijk evenveel verschillende refreinen. Dat gebeurt in een gezongen lied voor één solozanger nooit. Ik moest dus terug naar die eerste hoofdmelodie. Dat hebben we dan ook gedaan met een spannende modulatie erbij waardoor het geheel toch weer wat meer een popstructuur krijgt. Want het geheim van waar ik mee bezig ben, is dat je de helderheid en herkenbaarheid van popmuziek meegeeft zodat het brein van de luisteraar het makkelijk volgt terwijl je tegelijk zorgt dat de arrangementen even rijk en stijlvol blijven als in de originele klassieke stukken.
Ander nummer dat er uitspringt is ‘My Song’. Daarin hoor je een stukje Chopin, Hollywood en zelfs een beetje de geest van Elvis. Hoe combineer je zulke uiteenlopende invloeden in één nummer?
Die Polonaise van Chopin is vroeger al gezongen door Perry Como en een paar vrouwelijke artiesten. Zelfs Doris Day heeft ze gebracht. Zij hebben hetzelfde gedaan als ik, maar dan op een andere manier. Je kunt namelijk alleen de eerste helft van Chopins melodie gebruiken om te zingen; wat daarna komt, is typische pianomuziek die alle kanten opgaat. Daar kun je geen logische zanglijn meer van maken. Daarom hebben die crooners destijds halverwege het couplet een eigen stuk toegevoegd, dat heb ik nu ook gedaan. Alleen vertrokken zij vanuit de romantiek van het croon-genre en dat wou ik niet.
Ik wilde juist het majestueuze van het pianowereldje behouden, de grootsheid van die melodieën. Dus heb ik mijn eigen tweede helft van de melodie daarop gemaakt. De tekst is in dezelfde geest ontstaan. Till the End of Time klinkt ook groots, maar ik dacht aan I Will Sing My Song: een lied raakt altijd iets bij mensen, een lied moet blijven bestaan, een lied kan een leven veranderen. Vanuit dat idee ben ik vertrokken.
Met El Sol de Mi Vida staat er ook iets Spaans op je album. Hoe bewaak je dan de authenticiteit als je de taal niet 100 procent beheerst?
Het is eigenlijk heel grappig: ik heb een heleboel mogelijke Nederlandse zinnen opgeschreven die ik graag in het Spaans wilde vertalen. Een paar dingen kon ik zelf nog wel omzetten omdat ik een beetje Spaans kan, voor de rest heb ik Google Translate gebruikt. Op die manier heb ik een volledige Spaanse tekst geschreven. Toen ik het gevoel had dat alles klopte en mooi rijmde, heb ik die eerst doorgestuurd naar de vrouw van mijn persoonlijke assistent, (noot: de komma moet er staan, anders spreekt de assistent Spaans en niet zijn vrouw) die Spaans spreekt. Zij heeft uiteindelijk maar één woord aangepast en dat was het. Toch wilde ik het nog eens laten controleren door een muzikant. Dus heb ik de tekst doorgestuurd naar Héctor Islas, de man die mij ooit Spaans heeft geleerd en die gitaar speelde bij mijn Latino Classics- en Latino Love Songs-concerten. Héctor wees me op één fout in de klemtoon, dus dat heb ik anders in de melodie gelegd. Verder was mijn tekst volledig juist.
Je hebt ook een andere klassieker aangepakt, Nessun Dorma, de natte droom van veel zangers en zangeressen. Hoe was het voor jou om die eeuwige klassieker nieuw leven in te blazen?
Ik zong dat nummer al lang tijdens mijn concerten, maar ik had het nooit op plaat gezet omdat we eenvoudigweg nooit toestemming hadden gekregen. Het werk van Puccini was nog geen publiek domein: de tekstdichter was namelijk nog niet lang genoeg overleden. Iemand moet 75 jaar overleden zijn voordat je zijn muziek vrij kunt gebruiken, die termijn is nu pas verstreken. Ik wilde het bovendien niet zingen in het originele arrangement, ik wilde er echt mijn eigen ding mee doen.
Daarom hebben we gewacht tot nu zodat ik mijn versie kon maken en het nummer kon interpreteren zoals ik het altijd gevoeld had. Ik heb hier en daar halve maten toegevoegd om een normaal metrum te creëren, ook daar wilde ik opnieuw een meer popgerichte structuur. Daarnaast heb ik die laatste hoge noot, ook écht de slotnoot laten zijn. In het origineel volgt er daarna nog eens het volledige hoofdthema als instrumentale reprise, dat vond ik wat jammer. Nu vormt die hoge noot gewoon het échte einde van het nummer. Dat soort aanpassingen mocht vroeger allemaal niet… en nu dus wel.
Je hebt een paar duetten opgenomen met artiesten die een stukje jonger zijn dan jij. Wat is het belangrijkste dat jij hen als ervaren rot in het vak hebt proberen mee te geven?
Ik probeer hen eigenlijk niets specifiek mee te geven. Ik vind het wel leuk wanneer ze achteraf zeggen: “Jij hebt mij uit mijn comfortzone gehaald, ik heb iets nieuws over mezelf geleerd.” Dat geeft mij voldoening. Zeker als iemand als Silvy De Bie dat zegt, zij staat ook al jarenlang op een podium. Toch vertelde ze mij dat ze iets nieuws in zichzelf had ontdekt. Dat vind ik fantastisch. Dat gevoel ken ik van vroeger: als jonge gast werd ik soms uitgenodigd in programma’s van Bart Peeters, die haalde dingen in mij naar boven waarvan ik niet eens wist dat ik ze kon. Ik was hem daar altijd dankbaar voor. Dus dat ik nu zelf in die positie sta, maakt me echt gelukkig.
Ook Jonathan Antoine, een klassieke tenor, heeft zo’n moment gehad. Tenoren zingen Core ‘Ngrato vaak op een heel specifieke manier: ze rekken noten uit, het wordt heel zweverig en daardoor soms wat onduidelijk. Ik heb er een vast metrum in gebracht, voor Jonathan was het een uitdaging om het op die manier te zingen. Hij deed het meteen uitstekend. Dat verwonderde me eigenlijk niet, want Jonathan is stiekem ook een metalhead. Zo komt het altijd weer op hetzelfde neer: goeie muziek blijft goeie muziek.
Je repertoire is intussen ontzettend breed geworden. Van klassiek tot rock, Vlaams, Latino en Elvis. Welke muziekstijl zou je in de toekomst nog willen verkennen?
Ik zou wel eens stevige symfonische rock willen doen en misschien dat ik ooit nog eens een Nederlandstalige plaat maak. Bij symfonische rock denk ik spontaan aan Bohemian Rhapsody, en die heb ik inderdaad al opgenomen op Pop Classics in Symphony. Dat komt wel in de buurt van wat ik bedoel. Ik heb ook dingen gezien van symfonische rock zoals Metallica met Nothing Else Matters, maar dan wordt het bijna volledig romantisch, alle rock is daaruit verdwenen. Dat is net niet wat ik wil. Het moet zijn stevigheid behouden, het moet eigenlijk een grote ‘wall of sound’ worden. Dat andere project, Nederlandstalig, kan alle richtingen uitgaan, pop, rock, chanson. Ik heb daar nog niet over nagedacht. We zien wel. Eerst genieten van de klassieke concerten.
Het nieuwe album ‘Helmut Lotti Goes Classic – 30 Years Jubilee Edition’ is nu uit.
Alle concertdata vind je op www.helmutlotti.com. Tickets ook via www.gracialive.be
Tekst en Interview: STEVEN VERHAMME
Foto’s:Helmut Lotti/Gwenny Eeckels



















