Core Memory, een nieuw pareltje van Marble Sounds (Interview)

Pieter Van Dessel, de drijvende kracht achter Marble Sounds, blijft zich muzikaal vernieuwen met zijn zesde album Core Memory. Na het succes van de vorige plaat, die rijke indiepop mengde met neoklassieke elementen, koos Van Dessel ervoor om een geheel andere richting in te slaan. Het nieuwe album bevat een vollere, meer elektronische popsound, met invloeden uit de jaren ’80 en sprankelende, puntige popsongs. Core Memory werd opnieuw door Van Dessel zelf geproduceerd.

Je hebt altijd een beetje je eigen koers bewandeld als het gaat om muziek. Wat was deze keer jouw grootste inspiratie bij het maken van Core Memory?
Ik wou vooral popsongs maken eigenlijk. De vorige plaat had een autobiografische inslag en dat zorgde ervoor dat ik veel berichtjes kreeg van mensen die echt geraakt waren door die plaat. Nu was het tijd voor een cd vol songs die meer plezier opriepen. Ik vind het altijd een mooi compliment als mensen blij worden van mijn liedjes. Dat gevoel wou ik dus in deze vooral opwekken. Ik liet me daarbij volop inspireren door de muziek uit de jaren tachtig. Zelf ben ik geboren eind de jaren zeventig en dus was ik nog erg jong toen ik die eighties-muziek leerde kennen waarin synths vaak de boventoon haalden. Jean-Michel Jarre was mijn eerste grote liefde. Later ben ik meer naar de gitaar opgeschoven.

Is ‘Core Memory’ dan vooral gericht op het verstand en minder op het hart?
De fijne reacties op de vorige plaat die eerder emotioneel van ondertoon was, zorgde ervoor dat het moeilijk zou worden om dat nog eens te doen, laat staan om een nog betere versie van dat soort plaat te maken. Ik moest dus een andere insteek hebben voor de plaat die daarna zou komen. Ik kwam automatisch uit bij instrumenten als synthesizers en drum machines. Dat zit allemaal een beetje in de jaren tachtig. Die sound in combinatie met catchy refreinen zou de basis voor ‘Core Memory’ worden, samen met fade-outs op het einde van een nummer. Dat was in de tijd van Stock-Aitken-Waterman, de bekende producers die verantwoordelijk waren voor de hits van Rick Astley, Kylie Minogue en Mel & Kim, ook zo. Na drie minuten maakten ze zo een einde aan hun liedjes terwijl het refrein nog zijn volle gang ging. Dat zou ik vroeger nooit gedurfd hebben, ik zou altijd een eindakkoord verzonnen hebben. Door de fade-outs wou ik het gevoel opwekken dat de muziek eindeloos doordraait.

Elke muzikant heeft op zijn albums wel een nummer waarmee hij een speciale band heeft. Welk is dat voor jou om deze plaat?
Ik ben wel trots op ‘Nothing To Get Over’. Dat was een van de eerste nummers die klaar was en een beetje de richting aangaf van de plaat. Toen ik dat had, wou ik een plaat maken waar dat nummer ten volle op past. We hebben het ook al vrij vroeg live gespeeld toen we nog aan het toeren waren met de vorige plaat. Soms zijn er dan al een paar nummers klaar en dus hebben we dat volop uitgespeeld. Ik ben ook trots hoe dat uiteindelijk op de plaat is geland. Alles zat goed : de tekst, de muziek, de mix, het arrangement. Als muzikant denk je toch altijd aan wat beter kan. Je hoort iets van jezelf en luistert naar mogelijke manier om je song te upgraden. Bij ‘Nothing To Get Over’ heb ik die zorg snel laten varen. Het is voor mij misschien wel de bijzonderste song op de plaat.

‘Give or take a few’ is een van de knappe singles. Hoe moeilijk is het om het juiste nummer uit te lichten als single?
Singles zijn belangrijk voor onze band omdat die op de radio gedraaid worden. We hebben vier, vijf singles nummers uitgebracht voor de eigenlijke plaat uitkwam best wel veel. In het Spotify-tijdperk moet je dat blijkbaar doen. De streamingsdienst gaat dan je songs promoten als ze nieuw zijn. Als je nu onmiddellijk je hele plaat online gooit en pas daarna kiest voor singles, verlies je al veel aandacht. Het is dus belangrijk om de juiste nummers gericht online te zetten. We zijn ook blij dat Radio 1 en ook Radio Willy onze singles heeft opgepikt en ze vaak heeft gedraaid. Airplay blijft een belangrijke factor voor een band als de onze.

Je produceert ook je eigen platen. Hoe belangrijk vind je dat zelf? Wil je ’t liefst de teugels zelf in handen houden?
Ik heb bij de derde plaat met Jasper Maekelberg gewerkt, bij de vorige stond David Poltrock mee achter de knoppen. Hun inbreng was belangrijk, maar ze waren ook weer niet bij elke fase betrokken. Uiteindelijk komt het er altijd wel op neer dat ik degene ben die de belangrijkste knopen doorhak. Ik maak de songs, selecteer wat er op de plaat moet komen en sta in voor de mixing. Het is niet zo dat een producer alles alleen beslist, maar de samenwerkingen met zowel Jasper als David waren verrijkende ervaringen. De eindverantwoordelijkheid ligt echter altijd in mijn handen, maar moest ik echt vastzitten met iets, dan zou ik totaal geen gêne hebben om naar een producer te stappen en mijn lot in zijn handen te leggen of samen op zoek te gaan naar nieuwe inzichten.

Veel mensen associëren Marble Sounds met harmonieuze melodieën, rijke klanken en een breed spectrum aan instrumenten. Hoe belangrijk zijn de teksten in het hele verhaal?
Ik hecht daar veel belang aan en steek er ook veel werk in. Het is moeilijk om er een aantal uur op te plakken, maar dat is niet weinig. Een demo met muziek heb ik soms snel af, een tekst kan maanden blijven liggen tot die helemaal goed zit. Ik blijf daaraan schaven. De houdbaarheidsdatum van een lied hangt wat mij betreft  toch vooral van de tekst af. De liedjes blijven het meest bij als de tekst klopt. Het is de muziek die de aandacht trekt, maar het is uiteindelijk zijn de woorden die de mensen het meest raken.

Een ander nummer heet Catch It Alive. Erg dansbaar en dus een beetje atypisch Marble Sounds?
Of het publiek echt gaat dansen valt af te wachten. Ik heb ons publiek nog nooit zien dansen op onze concerten, we zien wel wat dat geeft. De set die we gaan spelen is zeker meer uptempo dan anders. Het zorgt ook voor een leuke sfeer op de repetities, ook al blijven de trage nummers ook wel fijn om te spelen. Ik speel zelf nu meer gitaar dan piano. Dat was even geleden. Ik heb veel piano gespeeld de afgelopen jaren, maar met de gitaar omgegord kan ik nu zelf al eens meer rondlopen. Het is een fijne afwisseling om weer iets meer dansbaarder muziek te maken. De set is zo samengesteld dat die een goeie mix bevat en een aantal rustpunten telt zoals ‘Give a take or a few’ en ‘Leave a light on’, een nummer dat we blijven spelen waar we niet omheen kunnen. We spelen het nog steeds met veel plezier. In de rest gaat er wel tempo en vaart in steken.

Je hebt het schijven van de songs als eerste fase, daarna volgt het opnameproces als tweede en in fase drie ga je ermee naar het publiek bij de concerten. Welke fase vind jij de leukste?
Als ik echt moet kiezen, ga ik voor het creatieve proces in deel 1. Optreden is ook zeer fijn, al ben ik geen geboren performer ben: ik heb het door de jaren heen moeten leren. Het leuke aan live spelen is dat je de vruchten plukt van het schrijven en het opnemen. Optreden is een beetje de kroon op al het werk dat je deed. Ik schrijf heel graag songs, ik doe het nog liever dan het opnemen, al loopt dat soms door elkaar. Als ik schrijf, neem ik vaak direct dingen op zoals geprogrammeerde keyboardlijntjes of wat koortjes. Soms gebruik ik die dan ook voor de plaat. Dat proces loopt meer en meer in elkaar over.

Hoe stellen jullie de setlist op?
We spelen nummers van onze zes platen een cumulatie van 15 jaar werk. Bij onze komende tour gaan we sowieso bijna de hele nieuwe plaat spelen. Ik denk dat we 9 van de 10 songs gaan doen. Als je een show hebt van 18 songs, dan blijven er nog aantal spots open voor ouder werk waarvan Leave a light on een certitude is. Je hebt dan nog 8 songs over die je kunt kiezen uit de 5 resterende platen. Het is een kwestie van kill your darlings. De basisgedachte daarbij is wel dat we een iets potiger set gaan doen voor de clubs om daarna de culturele centra in te duiken. Het is wel tof dat je dan weer een tour doet in een compleet andere setting met een zittend publiek. Dan kun je met gemak de rustigere nummers weer bovenhalen ook in functie van de bezetting.

Welke andere artiesten of bands inspireren Pieter Van Dessel eigenlijk?
Jean-Michel Jarre was mijn eerste grote muzikale liefde als kind. Ik ga hem begin juli nog eens gaan bekijken in Brussel. Later werd ik omver geblazen door de Pet Shop Boys en de laatste jaren luister ik veel naar The 1975, die band uit Manchester die eerder klinische popmuziek maken. Maar vooral hun laatste plaat is geweldig. In ons land ben ik onlangs gaan kijken naar Oski. Een opkomend Belgisch talent die al wat singles en EP’s uitbracht. Er zitten invloeden in van hiphop, rap en dancemuziek en hij verpakt het in catchy popmuziek.

Tekst en interview: STEVEN VERHAMME
Foto’s: Marble Sounds/Johannes Vande Voorde

MARBLE SOUNDS LIVE!

  Apr 5 Sat – Arenberg @ 4:00 PM, Antwerpen, Belgium

  Apr 5 Sat – Arenberg @ 8:00 PM, Antwerpen, Belgium

  Apr 12 Sat – C-mine @ 8:00 PM, Genk, Belgium

  Apr 17 Thu – Cactus Club @ 8:00 PM, Brugge, Belgium

  Apr 22 Tue – Het Depot @ 8:00 PM, Leuven, Belgium

  Apr 23 Wed – Ha Concerts @ 8:00 PM, Ghent, Belgium

You May Also Like

Te koop: KITT uit Knight Rider (en David Hasselhoff brengt hem persoonlijk thuis)

Na het busje van The A-Team, nu een andere filmparel Of David Hasselhoff op ...

Op huizenjacht met knapperd Leylah Alliet (Interview)

Wie ons al langer volgt, is ongetwijfeld de knappe Leylah Alliet, ooit Eerste Eredame ...

Dingen van stijlicoon James Dean die je niet wist

Een icoon dat 65 jaar na zijn dood nog steeds indruk maakt James Byron ...