Van het leger naar succesvolle comedy en meer: Yannick Noben (INTERVIEW)

Van cafés en kleine zaaltjes tot uitverkochte voorstellingen in de Capitole en de Stadsschouwburg: Yannick Noben heeft zijn succes stap voor stap opgebouwd. Na een late maar stevige doorbraak op televisie groeide hij uit tot een van de populairste comedians van Vlaanderen. Een gesprek over de lange weg naar succes, de grenzen van humor en waarom hij liever dicht bij zijn publiek blijft dan te dromen van de grootste arena’s.

Jij was in een vorig leven officier in het leger. Wat neem je uit die wereld mee op het podium?
Ik moest in mijn functie leiding geven. Op het einde van mijn carrière had ik 150 mensen onder mij. In het leger draait veel om bijeenkomsten, briefings en lesmomenten. Je leert er hoe je een publiek geboeid houdt of hoe je het in een bepaalde richting stuurt en onder controle houdt. Dat is een vaardigheid die ik daar echt heb ontwikkeld. Een tweede aspect is werkethiek. In het leger werk je vaak in moeilijke omstandigheden. Je bent kapot, extreem moe, maar je moet toch blijven doorgaan.

Dat herken ik ook in mijn latere carrière als comedian. Ik speelde in Izegem, zelf kom ik uit Diepenbeek. Dan rij je vijf uur, speelt één show, de dag erna doe je hetzelfde opnieuw. Dat maakt dat veel comedians last hebben van mentale vermoeidheid, maar ik heb daar eigenlijk weinig last van. Ik moest mezelf echt forceren om niet uitgeput te raken, dat komt door die jaren in het leger, waar je gewend bent om langdurig onder zware omstandigheden te functioneren.

Is dit dan een luxeleven vergeleken met je vorig bestaan?
Het is een uitzonderlijk comfortabel leven. Het voelt zelfs niet echt als werken, eerder als een manier van leven die natuurlijk aanvoelt. Het enige kleine minpunt is de spits: onderweg kan het soms behoorlijk druk en intens zijn. Dat neem ik er met plezier bij. De terugweg is dan weer het tegenovergestelde: rustig, ontspannen, vaak in comfortabele kledij. Daardoor voelt het totaalplaatje licht en aangenaam aan. Ik werk bovendien samen met een klein, zorgvuldig samengesteld team dat ik zelf heb gekozen. Iedereen zit op dezelfde golflengte waardoor er een sterke onderlinge verbondenheid en vriendschappelijke sfeer hangt. Alles samen maakt het een aangename werkomgeving: professioneel, tegelijk warm, ontspannen en vooral heel luxueus in hoe het aanvoelt.

Klopt het dat jouw carrière als comedian gestart is vanuit een weddenschap?
Het begon als een grapje op een avond in een café in Diepenbeek. Buiten stond een maat die een soort podium had opgezet zoals je dat wel eens ziet. Hij daagde me uit en zo ben ik, na een weddenschap voor een fles rum, vijf minuten het podium opgegaan. Het bleek een wedstrijd te zijn van Comedy Mania, de enige plek waar ik snel een kans kreeg om vijf minuten comedy uit te proberen zonder veel voorbereiding.

Ik heb daar aan deelgenomen met twintig andere kandidaten. Op dat moment voelde het niet goed. Ik dacht: dit is niks geworden, achteraf bleken dat vooral zenuwen te zijn. Spreken voor een lege ruimte is één ding, voor echt publiek staan is iets helemaal anders. Ik heb toen last gehad van stress, maar tegelijk ook veel positieve reacties gekregen. Tot mijn verbazing was ik door naar de finale. Vanaf dan is het beginnen rollen. Niet dat ik meteen dacht: dit wordt mijn nieuwe leven, maar ik voelde wel dat ik, tussen die andere beginners, iets had dat er bovenuit sprong. Daarna volgden een paar sterke optredens met steeds meer volk en heel warme reacties. Op een bepaald moment was het bijna niet meer een hobby. Het begon echt iets te worden dat uit de hand liep. Toen heb ik zelfs met mijn vrouw besproken of ik er niet mee moest stoppen omdat het ook impact had thuis. Ze zei eerlijk: “Ik vind het niet leuk dat je dit doet, maar als ik zeg dat je moet stoppen, zou ik een slechte echtgenote zijn.” Dat zei eigenlijk alles.

Ik kan me inbeelden dat als de trein rolt en hij davert je leven een groot stuk verandert.
Mijn bestaan ziet er helemaal anders uit op veel vlakken. Het is niet alleen mijn job die anders is, maar eigenlijk mijn hele manier van leven. Ik heb nu een avondberoep, maar daardoor krijg ik ook iets terug dat ik vroeger niet had: ik ben meer thuis in de schoolvakanties en zie mijn kinderen vaker dan vroeger. Dat is voor mij een grote verandering en ook een grote winst. Daarnaast ben ik ook een publiek figuur geworden. Ik word herkend op straat, een aanpassing waar ik in het begin echt moeite mee had. Dat was niet iets waarvoor je kiest of waarop je je voorbereidt. Ik wilde gewoon op dat podium staan, mijn shows doen en daarna rustig naar huis gaan.

Dat stil kunnen verdwijnen bestaat niet meer. Ik was vroeger graag anoniem. Dat mis ik soms wel, gewoon normaal naar de supermarkt of de cinema kunnen gaan zonder bekeken te worden. Tegelijk weegt dat niet op tegen wat ik ervoor terugkrijg. Mijn job geeft me zoveel voldoening dat ik die nadelen er met plezier bij neem. Teruggaan naar mijn oude leven zou ik niet willen. Dat hoofdstuk is afgesloten. Hetzelfde geldt eigenlijk voor het leger: theoretisch zou ik nog kunnen terugkeren, want ik ben vastbenoemd, maar dat past niet meer bij wie ik nu ben geworden. In het leger had je veel structuur en zekerheid, maar ook veel minder vrijheid. Hier ben ik zelfstandig, ik bepaal mijn agenda, mijn richting, mijn keuzes. Dat verschil is enorm. Die vrijheid maakt dat ik niet meer terug zou kunnen naar hoe het vroeger was.

theoretisch zou ik nog kunnen terugkeren naar het leger, want ik ben vastbenoemd, maar dat past niet meer bij wie ik nu ben geworden.

Jouw comedy wordt wel eens slow comedy genoemd. Is dat de benaming die je er zelf ook op plakt?
Elke comedy heeft zijn eigen stijl. Wat ik doe, sluit daar ergens tussenin aan, maar ik heb wel een breed publiek: van twintigers tot tachtigplussers. Daarom probeer ik een stijl te brengen waarin iedereen zich kan herkennen. Ik heb zelf een dochter van zestien en daardoor merk ik ook hoe breed het spectrum is waar ik voor speel. Ik denk zelfs dat mijn publiek soms nog jonger kan zijn dan twintig. Voor mij is het verhaal en de boodschap het allerbelangrijkste. Ik schrijf een comedyshow eigenlijk omgekeerd aan hoe sommige andere comedians dat doen. Ik vertrek niet vanuit losse grappen, maar vanuit de vraag: wat wil ik echt vertellen in die show? Daarna bouw ik het verhaal zo uit dat alles daarin past. Dat vind ik belangrijker dan om de paar seconden een lach proberen te forceren. Het blijft natuurlijk een comedyshow, dus het publiek moet wel voortdurend kunnen lachen, maar bij mij gaat het meer richting een doorlopend verhaal dan een opeenstapeling van losse stukken. Dat maakt het vaak aangenamer voor een ouder publiek: ze vinden het fijn om in een mooi verhaal meegezogen te worden zonder dat het voortdurend wordt onderbroken.

Er steekt ook een stuk engagement in je shows. Je durft ook tegen heilige huisjes inbeuken. Is dat een bewuste keuze?
Ik vind dat comedians een maatschappelijke rol moeten vervullen zonder daarbij grenzen te overschrijden. Wij moeten en mogen overal tegenaan schoppen. Als we dat niet durven, betekent dat vaak dat er rond dat thema te veel macht hangt. Dat is niet goed in een samenleving. Of dat nu religie is politiek, gevoelige onderwerpen of andere maatschappelijke thema’s: als comedians daar niet meer tegen mogen schoppen, dan schuiven we volgens mij richting een inperking van de vrijheid van meningsuiting. Dat is niet gezond.

Vroeger had je de hofnar die met de kasteelheer mocht lachen, die traditie leeft voort: humor stelt macht in vraag en zet dingen terug in proportie. Dat is wat het doet: het haalt de druk van bepaalde thema’s weg. Ik heb veel gereisd en gezien dat als iemand te veel macht krijgt, het net moeilijker wordt om er nog over te spreken of ermee te lachen. Dat vind ik geen goede evolutie. Je krijgt daar geen betere maatschappij van.

Vroeger had je de hofnar die met de kasteelheer mocht lachen, die traditie leeft voort: humor stelt macht in vraag en zet dingen terug in proportie.

Krijg je altijd positieve reacties op die engagementen? Wellicht is niet iedereen het eens met je standpunten?
Nee, maar dat hoeft ook niet. Je moet niet iedereen overtuigen. Ik krijg vooral veel positieve reacties en eerlijk gezegd weinig negatieve, ze zijn zelfs verwaarloosbaar. Als er al eens een minder fraaie comment verschijnt, dan zie je vaak dat er meteen zes fans reageren om dat te counteren. Ik heb dit jaar ongeveer 50.000 kaarten verkocht Ik heb het geluk dat mijn shows zalen vlot doet uitverkopen. Dat is op zich al mooi, maar dat betekent ook dat er honderdduizenden mensen zijn die mij niet kennen of het niet met me eens zijn. Dat is helemaal oké. Als ik mijn publiek bereik en mijn fans tevreden zijn met wat ik breng, is dat voor mij voldoende. Op sociale media zeg ik dat soms heel eenvoudig: als de kleur van mijn voordeur je niet aanstaat, hoef je niet op mijn oprit te komen. Dat is hoe ik ernaar kijk: we gaan gewoon elk onze eigen weg.

Je hoort wel eens dat de tenen langer zijn dan vroeger in Vlaanderen. Heb je het gevoel dat je iets braver moet zijn dan pakweg 10 jaar terug?
Een decennium geleden kon ik echt doen wat ik wou op het podium. Ik kon moppen maken zonder dat er meteen commentaar op kwam of dat alles uit zijn context werd getrokken. Daarna is er een periode gekomen waarin je veel voorzichtiger moest zijn, waarin je bijna op je tenen moest lopen. Ik heb de indruk dat mensen dat zelf ook een beetje hebben opgeblazen. Dat hele debat over vrije meningsuiting is daardoor veel groter geworden. Wat ik boeiend vond, was hoe Kamal Kharmach gevoelige thema’s bewust weggelaten heeft om zijn show op VRT te kunnen brengen. Ik heb zelf niets weggelaten en vond het interessant dat er soms meer kritiek kwam op iemand die had gecensureerd dan op iemand die alles liet staan. Tegelijk stel ik me de vraag hoeveel van die thema’s echt leven in de maatschappij. Ik heb veel gespeeld in zaaltjes en cafés en daar merk je dat mensen daar helemaal niet zo mee bezig zijn.

Waar ligt voor jou de grens van wat je als comedian kunt zeggen op het podium, zeker in tijden van woke-cultuur en sociale media?
Ik denk dat het vaak een kleine, luidruchtige groep is die sterk bepaalt wat zogezegd wel en niet mag. Het grote publiek lijkt daar niet altijd in mee te gaan. Misschien gaat het vooral over een bepaald segment, soms ook jongeren of mensen die actief zijn in dat debat online. Misschien komen de meer ‘woke’ mensen gewoon niet naar comedyshows, dat kan ook. Ik neem wel mijn voorzorgen zeker wanneer iets op televisie of streamingplatforms verschijnt. Je weet dat als één fragment uit zijn context wordt gehaald en online wordt gezet, het een ander verhaal wordt.

Een mop die ik ooit maakte rond anorexia en Bart De Wever: als je die losknipt uit de context en niet ziet hoe ik het breng en wat de bedoeling is, dan kan ik begrijpen dat die grap verkeerd valt. Context maakt daar alles. Mijn management kent me intussen al jaren heel goed. Ze weten dat ik intrinsiek helemaal niet seksistisch ben, integendeel, ik heb een groot respect voor vrouwen. Ook racisme of haat zit niet in hoe ik als persoon in elkaar zit. Ik heb veel van de wereld gezien en dat heeft mijn blik alleen maar verbreed. Dat maakt ook dat ik veel kan brengen op het podium. Voor mij mag daar veel in zolang het vertrekpunt juist zit. Het wordt pas problematisch wanneer iets op het podium vertrekt vanuit een slechte intentie. Dat is voor mij de echte grens.

Je mengt actualiteit en persoonlijke verhalen vaak met elkaar. Hoe vind je de juiste balans hierin?
Ik kijk elke maand naar de meest gelezen artikels. Het zijn vaak dingen die bij mensen blijven hangen. Dan weet ik wat de eindboodschap moet zijn en op basis daarvan schrijf ik een mop rond een actualiteitsthema. Daarna probeer ik dat te vertalen naar iets dat een breder publiek kan volgen. Dat past bij mijn doel om een grote groep mensen aan te spreken. Niet iedereen volgt de actualiteit even intens. Je hebt mensen die erg mee zijn, maar ook mensen die gewoon naar een show komen om te lachen zonder alle context te kennen. Op die manier krijg je voor de prijs van één ticket twee soorten humor: herkenbare actualiteit en persoonlijke verhalen.

Ik merk dat zoiets goed werkt. Het is vooral een kwestie van discipline. Als je zegt: ik probeer elke dag één mop te schrijven, dan kom je op 365 ideeën per jaar. Als ik echt in de flow zit en ik begin te schrijven, kan ik zes uur aan één stuk doorgaan. Misschien is maar 30% van wat ik schrijf iets dat het podium haalt. De rest verdwijnt gewoon. Wat op papier goed lijkt, werkt vaak niet voor een publiek. Dan pas je het aan of gooi je het volledig weg.

Je komt ook regelmatig op televisie. Hoe belangrijk is dat om te groeien als comedian?
Naar bekendheid toe is dat vandaag de dag een must geworden. Ik zit nu tien jaar in het vak en het is pas heel goed beginnen lopen sinds ik op televisie ben gekomen in De Verraders en De Slimste Mens. Daar heb ik echt een doorbraak gekend waardoor ik in één klap veel breder zichtbaar werd als comedian. Wat ik ergens wel een vreemde vaststelling vind, is dat ik in de week vóór De Verraders exact dezelfde man was als in de weken erna. Alleen ben ik in die periode exponentieel gegroeid in bekendheid. Dus inhoudelijk ben ik niet veranderd, maar mijn bereik wel.

Nu sta ik plots in een uitverkocht Capitole of een volgelopen Stadsschouwburg en dat was voordien niet zo. Ergens vind ik het jammer dat dat bijna een voorwaarde is geworden. Televisie helpt enorm. Het lijkt vandaag zo dat mensen eerst een BV willen zien en daarna pas een comedian leren kennen. Dat is ergens jammer, maar tegelijk ook gewoon de realiteit. Sommige mensen komen misschien voor de BV, maar dat vind ik niet erg. Mensen hebben al een bepaald beeld opgebouwd via tv en komen daardoor met een open houding naar de show. Daardoor ligt de drempel soms lager. Ik moet daar ook in meegaan.

Het lijkt vandaag zo dat mensen eerst een BV willen zien en daarna pas een comedian leren kennen. Dat is ergens jammer, maar tegelijk ook gewoon de realiteit.

Heeft het je carrière geholpen dat succes niet meteen kwam?
Ik ben tien jaar lang enkele keren per week gaan spelen in cafés en kleine zalen, vaak in moeilijke omstandigheden. Dat heeft mij gevormd als comedian. Ik heb jarenlang moeten zoeken, schrijven, testen en vallen en opstaan. Als ik terugkijk naar die beginperiode, dan zie ik vooral hard werk. Nu kan ik zeggen dat ik blij ben dat het zo gelopen is. Omdat ik de tijd heb gehad om mijn vak echt te leren. Ik heb materiaal kunnen opbouwen, zonder druk van televisie of snelle bekendheid. Vandaag voel ik me daardoor ook veel stabieler.

Ik ben niet nerveus wanneer ik op het podium sta omdat ik die groei stap voor stap heb kunnen maken. Dat is een geluk geweest. Ik ben ook blij dat het langzaam is gegaan. Als je te snel doorbreekt, moet je soms dingen doen waar je nog niet klaar voor bent. Dat kan ik nu zeggen omdat het goed gegaan is, maar ik zou liegen als ik zeg dat die eerste jaren niet frustrerend waren. Je ziet soms anderen sneller doorbreken, terwijl je voelt dat je zelf misschien meer ervaring hebt op het podium. Dat kan frustreren, maar uiteindelijk blijft dat niet hangen.

De Stadschapburg Stadsschouwburg en de Capitole zijn grote zalen. Droom je van meer genre Lotto Arena of zelfs de AFAS Dome?
Ik zit aan mijn plafond. Mijn droom is niet per se groter dan wat ik nu heb. Alles wat ik vandaag heb bereikt, voelt een beetje als mijn bucketlist die afgevinkt is. Dat is gewoon prima zo. Natuurlijk droom ik nog wel. Ik heb nu zeven keer het Capitole TRIXXO THEATER uitverkocht en dat is best zot. Als ik daar sta, denk ik soms: het zou mooi zijn om dat nog een paar keer extra te doen. De stap naar de Arena’s of het Sportpaleis is voor mij iets anders. Comedy is voor mij sterk verbonden met sfeer en muziek, met intimiteit en een soort gezelligheid. Je zit daar samen in een zaal, bijna zoals in een kelder en je beleeft dat samen. Hoe groter de zaal wordt, hoe meer dat gevoel verwatert.

Ik heb nooit de ambitie gehad om per se naar de grootste zalen te gaan. De Capitole en de Stadsschouwburg voelen voor mij al als de limiet van hoe groot het nog fijn kan blijven. Ik zou veel liever twee keer een Stadsschouwburg spelen dan één keer de Lotto Arena. Ik zou liever twee avonden spelen voor een volle zaal waar je echt contact hebt, dan één gigantische show. Dat komt ook gewoon omdat ik uit cafés en kleine zalen kom. Daar leer je hoe belangrijk dat contact is en dat neem je mee. Voor mij is mijn bucketlist in grote lijnen afgevinkt. Wat ik nu wil doen, is gewoon blijven spelen zoals ik nu bezig ben.

Ik zou veel liever twee keer een Stadsschouwburg spelen dan één keer de Lotto Arena

Je hebt gewerkt in Libanon en Afghanistan, stond voor de camera en speelt in grote zalen. Waarvoor ben je nu het meest nerveus als je dat vergelijkt met elkaar.
Dat is een goede vraag. Ik heb niet echt grote perspectieven of een heel uitgewerkt plan in mijn hoofd. Wat is het ergste dat kan gebeuren? Dat je straks niet lacht of dat ik mijn tekst vergeet. Meer dan dat is het niet. Er zijn natuurlijk ergere dingen in het leven. Soms denk ik zelfs: ik ben liever in een moeilijke situatie in Afghanistan dan dat ik op een podium sta en ik de zaal niet mee krijg. Dat klinkt raar, maar het gaat er vooral om dat dat het enige moment is waarop ik echt kan ‘falen’, hoewel ik op dat podium zelf geen angst heb.

Mensen zeggen soms dat ik nerveus moet zijn, maar dat is bij mij niet zo. Die comedystress ken ik niet. Soms verbaast dat mensen. Tien minuten voor een show doe ik ook niets speciaals. Ik heb geen rituelen, geen yoga of ademhalingsoefeningen of zo. Ik ben gewoon dezelfde persoon als een uur voordien. Ik wacht gewoon tot ik op moet en ga er dan voor. Het enige gevoel dat ik heb, is dat ik ernaar uitkijk om op te gaan. Dat is het. Geen spanning, eerder goesting. Ik zit ook tot op het laatste moment gewoon met mensen te praten, te lachen, dingen te bespreken. Ik blijf in diezelfde sfeer hangen. Dan stap ik op het podium en doe ik mijn job.

Tekst en Interview STEVEN VERHAMME
Foto’s: Management Yannick Noben/Joke Timmermans



“Geef Acht + 2 (10 jaar Best of)” van Yannick Noben is nog te zien op 25 juni in Aartselaa, 26 juni in Wevelgem en  extra show op 14 mei 2027 in Trixxo Hasselt.  De toerdata voor de nieuwe comedyshow eindejaarsconference 2026 staan ook online Tickets via www.yannicknoben.be.

You May Also Like

Dingen van stijlicoon James Dean die je niet wist

Een icoon dat 65 jaar na zijn dood nog steeds indruk maakt James Byron ...

Emma Stone zet knappe vertolking neer in Poor Things

Een nieuwe filmtip Ook dit jaar biedt Kinepolis je cinema met een gouden randje ...

Staycation? Antwerpenaar plant volgende week Belgische vlag in Barcelona!

Maar eerst 30.000 views!  Wie de fratsen van Cain Ransbottyn een beetje volgt weet dat ...

Hosting door Fraai